|
| ||||||
|
|
Veel huisdieren moeten regelmatig ingeent worden tegen een aantal ziektes. Hier is een schematisch overzicht:
HondenHondenziekte (ziekte van Carre)Hondenziekte is vooral bij jonge, niet geënte, honden een veel voorkomende virusinfectie, met als belangrijkste symptomen: braken, diarree, neus- en ooguitvloeiing, hoesten en koorts. In ongeveer 50% van de gevallen leidt een infectie tot de dood. Wordt overgebracht via ontlasting, speeksel en urine. ParvovirusEen vooral bij pups en oude honden voorkomende virusinfectie, met voornamelijk symptomen van het maagdarmkanaal (braken en diarree). Verspreiding via de ontlasting. Leidt vooral bij jonge honden vaak tot de dood. LeverziekteVirusziekte die sommige honden licht ziek maakt, maar voor andere dodelijk kan zijn. Verspreiding: via alle uitscheidingsproducten. Ziekte van Weil (Leptospirosis)Een bacteriële infectie van lever en nieren. Wordt verspreid via urine, speeksel en sperma van besmette honden en ratten. KennelhoestEen infectieziekte met vooral symptomen van de voorste luchtwegen (hoesten). Alle kennelhoestentingen richten zich op de belangrijkste veroorzaker van kennelhoest: Bordetella Bronchiseptica (een bacterie). KattenKattenziekteKattenziekte is een zeer besmettelijke virusziekte met als voornaamste symptomen braken en zeer ernstige diarree, vaak met bloed. De ziekte is in veel gevallen dodelijk. Als een moederpoes afweerstoffen tegen katteziekte heeft, geeft zij die door aan de jongen, die dan tot gedurende 9 tot 12 weken na de geboorte beschermd zijn (passieve immunisatie). Daarna moet het jonge dier ingeënt worden om zelf een weerstand op te bouwen (actieve immunisatie). NiesziekteNiesziekte is een verzamelnaam voor een ziektebeeld dat veroorzaakt wordt door verschillende virussen, die als gemeenschappelijke eigenschap hebben infecties van de voorste luchtwegen te geven: 'verkoudheid'. Niesziekte is zeer besmettelijk, terwijl de symptomen sterk kunnen variëren, van een lichte 'verkoudheid' tot zeer ernstig zieke dieren. Het gevaar van niesziekte is niet zozeer het overlijden van de kat aan de acute infectie (zoals bij kattenziekte meestal het geval is) maar het chronisch worden van de niesziektebesmetting: dit betekent dat de kat in veel gevallen niet meer helemaal van de infectie herstelt, maar steeds weer opnieuw, bij een periode van verminderde weerstand, last van de (oude) infectie kan krijgen of dat de kat een 'chronische snotteraar' wordt, met constant een vieze neus en/of ogen. De 'injectie-enting' geeft zelden een entreactie. De enting tegen niesziekte moet eenmaal per jaar herhaald worden om de weerstand op peil te houden. De periode tussen twee entingen mag in ieder geval niet langer zijn dan vijftien maanden. Is dit wel het geval dan moet opnieuw begonnen worden met de basisentingen. Opgemerkt dient nog te worden dat, gezien de complexheid van het ziektebeeld 'niesziekte', dit niet hoeft te betekenen dat een goed tegen niesziekte geënte kat nooit meer 'verkouden' kan zijn: de 'verkoudheid' echter zal zeer mild verlopen en weinig problemen geven. ChlamydiaEen bacterie die een rol kan spelen bij het niesziektcomplex. Verspreiding: direct contact, via uitademingslucht. Leukemie (FELV)Het leukemie- of leucose-complex is een besmettelijke vorm van kanker, die door een virus wordt veroorzaakt. Het virus is diersoortspecifiek, dat betekent dat niet gevreesd hoeft te worden voor besmetting voor andere diersoorten of mensen. Het verloop van de ziekte is zeer grillig en moeilijk herkenbaar. De tijd tussen besmetting met het virus en de eerste ziekteverschijnselen kan zeer lang (jaren!) zijn. Er bestaat sinds enkele jaren een enting tegen leukemie, die echter in het algemeen niet veelvuldig toegepast wordt: voornamelijk bij 'hoog-risico' dieren (bijvoorbeeld een kat in een huishouden waar eerder een kat aan leucose is overleden). Geadviseerd wordt om voor een kat ingeent wordt tegen leucose, het bloed van de kat te laten controleren op de aanwezigheid van het leucosevirus. |
|
|
|
![]() |
Pet Resort 4 Dogs enzo |